Acanthosaura species

Categorie: Hagedissen

Auteur: Tariq Stark
Foto's: Doret Haagsman

In dit artikeltje behandel ik het genus Acanthosaura. Dit artikel is geen typische caresheet die vaak de vorm hebben van: ingrediënt 1 + ingrediënt 2 = gezonde dieren + vele nakomelingen. De manier van verzorgen zoals hieronder is beschreven zal zeker niet de enige “juiste”zijn. Er zijn immers meerder wegen die naar Rome leiden. Ik wil een ieder die dit leest veel plezier hierbij wensen.

Algemene informatie

Agamen uit het geslacht Acanthosaura worden met enige regelmaat ingevoerd. De dieren komen onder allerlei Nederlandse namen voor. De meest gebruikte zijn: Hoekkopagaam, Stekelnekagaam en Hoornagaam. Op deze Nederlandse namen kan beter niet af worden gegaan. Andere soorten dragen namelijk ook deze namen (Gonocephalus sp en Hypsilurus sp worden ook wel eens zo genoemd) Om zeker te zijn om welke soort het gaat moet men altijd op de verlatijnsde naam afgaan.

Ook binnen het geslacht worden de soorten nog wel eens met elkaar verward. Vooral de A. armata en A.capra zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden. Er zijn wel wat determinatie kenmerken. Zo heeft A .armata (beide geslachten) maar een kleine keelzak. A .capra heeft een veel grotere.

Ook mist A. capra stekels op de occiput (de achterkant van de schedel), A. armata heeft hier wel stekels. Er kan niet op de kleur van de dieren worden afgegaan om deze twee soorten te onderscheiden daar de dieren zeer variabel van kleur zijn.

Het geslacht Acanthosaura kent 4 soorten en geen ondersoorten, namelijk:

- A. armata (Hardwick & Gray, 1827)
- A. capra (Guenther,1861)
- A. crucigera (Boulenger, 1885)
- A. lepidogaster (Cuvier, 1892)

De meest ingevoerde soorten zijn A. capra en A. armata. Acanthosaura crucigera en A. lepidogaster worden veel minder vaak ingevoerd,maar zijn zo nu en dan verkrijgbaar. Deze agamen komen vaak in een niet al te beste conditie aan in ons koude kikkerlandje. Uitdroging, stress, wormen en andere inwendige parasieten zijn de meest voorkomende problemen. Wat ik vaak gezien heb bij deze agamen zijn huidwormen. Dit zijn wormen die zich onder de huid inkapselen. Met (bv) ivomec zijn deze en andere, wormen goed te bestrijden. Dehydratie kan, mits niet te ver gevorderd, behandeld worden met water en elektrolyten. Verder kan een mest onderzoek, een bezoekje aan de dierenarts en heel veel rust zeker geen kwaad!

Distributie

Acanthosaura sp komen voor in Zuidoost-Azie. Je kan ze vinden in China, Thailand, Birma, Maleisië, Indonesië, Laos, Vietnam, Cambodja, Palau Pinang, Pulau Tioman en Singapore.

Deze agamen preferen primaire regenwouden maar toleren ook secundaire regenwouden. Primaire regenwouden zijn wouden waarin nog nooit bomen in zijn gekapt. Logischer wijs zijn de secundaire wouden bossen waar wel al in gekapt is. Ook komen ze voor in gallerijwouden op bergen. Ze zijn, afhankelijk van de soort, op hoogtes van 0 tot 1800 meter boven zeeniveau te vinden. Ze zijn vaak te vinden in de nabijheid van stromend water. Ze zijn vrijwel altijd in de bomen te vinden. De dieren zijn zelden op de grond te vinden in het wild.

Gedrag

Op het eerste gezicht zijn deze Agamen erg rustig en vreedzaam. Rustig is nog een understatement het zijn voor de niet liefhebber zelfs saaie takhangers. Ze hangen doorgaans verticaal aan takken of aan de achterwand. Horizontaal rusten ze veel minder vaak. Maar wanneer er voer wordt aangeboden gaat er een knop om bij deze dieren. Van het een op het andere moment ontpopt deze takhanger zich tot een vraatzuchtige jager. Wanneer het op eten aan komt zijn deze dieren zeer fel.

Gelukkig is dat de enige tijd wanneer ze fel zijn. Deze dieren kunnen gecombineerd worden volgens Ulrich Mathey en Norbert Schuster met Gonocephalus sp en andere niet te kleine dieren uit het zelfde gebied. Ik zou dit zelf, met oog op de kweek, niet doen. Toch wou ik het vermelden om volledig te zijn.

Naar de verzorger toe zijn deze agamen zelden agressief. Wanneer verse import dieren benaderd worden blazen ze hun keel op en maken zich groot. Mocht dit de belager niet afschrikken laten ze zich naar de andere kant van de takken “glijden”. Uit het zicht van de belager. Mocht zelfs dit niet helpen laten ze zich van hun tak vallen en rennen over de bodem naar een steen of tak om daar onder te verdwijnen. Ze liggen dan vaak verstijfd onder deze tak/steen. Na een tijdje beginnen ze weer te bewegen en verdwijnen weer in de takken.

De rest van het gedrag komt in de volgende paragraven aan bod.

Wat betreft de verzorging van deze dieren. Zorg voor een hoog regenwoud terrarium. 70-80 cm bijvoorbeeld, hoger is natuurlijk altijd beter. Houdt deze dieren niet te warm.

Een omgevingstemperatuur van 20-28 graden is hoog genoeg. Onder de spot mag het 30-35 graden worden. Zonnen doen ze niet heel vaak trouwens. De relatieve luchtvochtigheid behoort 70-100 procent te zijn. Ze houden vooral ’s ochtends, voordat de lampen aan gaan van een sproeibeurt. Wat vooral belangrijk is voor deze dieren is de toegang tot bewegend water!

Dit lijkt voor alle Acanthosaura sp in gevangenschap essentieel. Een watervalletje, druppelaar of pompje in de water bak is dus zeker geen overbodige luxe. Ze zullen er vaak in zitten en uit drinken. Verder de bak goed inrichten met takken, stenen en eventueel (nep) planten.

Plaats ook wat takken verticaal daar deze dieren graag verticaal aan de achterwand en takken hangen.

Als bodemmateriaal is turf of cocopeat goed. Dit slikken ze niet in en houdt vocht goed vast. Bark is niet zo geschikt vanwege de onstuimige eetgewoonten.

Of de deze agamen UV nodig hebben valt te betwisten. Ze houden in iedergeval niet van een hele felle verlichting. Ze leven dan ook in vrij donkere bossen waar UV moeilijk tot doordringt, open plekken en de toppen van bomen uitgezonderd. Slecht is het niet natuurlijk. Ik heb gemerkt dat ze het zonder ook prima doen.

Voeding

Wat deze Agamen zeker zijn is goeie eters. Een gezonde Acanthosaura eet best veel en erg fel. Ik stond elke keer weer versteld hoe actief deze jongens opeens kunnen worden als er eten in de bak aanwezig is. Van een saaie takhanger tot fanatiek roofdier. Met name wormen, slakken en pissebedden worden graag gegeten. Ook accepteren ze krekels, meelwormen, sprinkhanen, kakkerlakken en allerlei andere insecten. Pasgeboren muisjes worden ook wel eens aangenomen.. Vooral de vrouwen eten graag wormen en slakken. Zij hebben dan ook meer kalk nodig dan hun mannelijke soortgenoten. Eten dient zo'n 2-3 keer in de week aangeboden te worden. Nieuwe wildvang dieren eten in het begin vaak uitsluitend regenwormen of wasmotlarven. Met het voeren van wasmotlarven moet men oppassen daar ze soms niets anders meer aan willen nemen. Al het voer, met uitsluiting van wormen, slakken en pinkies, dient met een goed vitaminen en mineralen preparaat bepoederd te worden.

Voortplanting

De kweek is best moeilijk maar zeker niet onmogelijk. Houdt de dieren per koppel. Meerdere dieren bij elkaar werkt vaak niet omdat zwakkere dieren vaak stilletjes worden onderdrukt.

De voortplanting kan geïnduceerd worden door een drogere periode met een verminderd aantal licht uren per dag. De paring zelf is een typische hagedissen paring. Zorg dat de vrouw een goede afzet plek heeft. Dit kan door de bodemlaag dikker te maken zodat ze goed kan graven. Legnood en eiretentie komt vrij vaak voor bij deze soorten, eveneens kalkgebrek bij zwangere vrouwen.

Resorptie van de eieren komt ook wel eens voor. In de literatuur wordt vermeld dat ze hun eieren graag afzetten in verrotte boomstammen. Een vriend van mij kweekte A. crucigera en heeft dit geprobeerd. Er werd geen gebruik van gemaakt door de dieren en de eieren werden gewoon in het bodemsubstraat gelegd. De incubatie periode van de eieren is lang, 180 tot 200 dagen bij temperaturen van 20-25 graden.

Hogere temperaturen schijnen niet zo goed te zijn voor de eieren. Met de opfok van jongen heb ik geen ervaring maar schijnt geen problemen op te leveren.

Afsluiting

>Acanthosaura’s zijn, afgezien van de wildvang problemen niet heel moeilijk. Geen beginners dier, dat niet, maar toch goed te houden. De verzorging tussen de Acanthosaura sp verschillen niet heel veel van elkaar. Vandaar dat ik hier alle 4 de soorten bij elkaar heb genomen. Er zijn wel wat verschillen natuurlijk, afhankelijk van de plaats van herkomst. Proefondervindelijk en met behulp van klimaat mappen enz kan de verzorging (enz) wat bij gestuurd worden. Nogmaals het bovenstaande artikel is niet de enige manier om deze dieren goed te verzorgen.

Hopelijk hebben mensen die willen beginnen met deze fantastische agamen iets aan dit artikel!

afbeelding