Lepidodactylus lugubris
Categorie: HagedissenLepidodactylus lugubris is een kleine parthogenetische muurgekko die gemiddeld 8 tot 10 centimeter groot word. Ze behoren tot de familie Gekkonidea, Sauria. Vanaf 1836 is het geslacht Lepidocatylus in totaal 33 keer beschreven onder allerlei verschillende namen ( Zie EMBL) Op dit moment zijn er 30 verschillende erkende soorten van Lepidodactylus sp. Dankzij hun grote aanpassingsvermogen komen ze vrijwel over de hele wereld voor en zijn ze erg geschikt om in terrariums te houden.
In dit artikeltje wil ik wat meer vertellen over hun bijzonderste eigenschap, namelijk het feit dat de diertjes parthogenetisch zijn.
Normale voortplanting
Voordat ik uit ga leggen wat parthogenetische
voortplanting precies
inhoud moet je begrijpen hoe een gewone voortplanting in
zijn
werking gaat.
Tijdens een “standaard” voortplanting heb je te maken
met twee componenten die bij elkaar komen, namelijk de
eicel van
de vrouw en het zaad van de man. Elk van deze
componenten bevat
precies de helft van de normale hoeveelheid erfelijke
eigenschappen
(opgeslagen in zogeheten chromosomen)
Om even de mens als voorbeeld te nemen. Een volwassen mens bezit 46 chromosomen. Elk chromosoom bestaat twee keer, er zijn dus in totaal 23 paar chromosomen. In de voortplantingsorganen worden deze chromosomen paren gesplitst zodat elke eicel of zaadcel precies de helft van de paren heeft. Elke eicel of zaadcel bevat dus 23 verschillende chromosomen. Wanneer de eicel en de zaadcel tijdens de bevruchting samenkomen vormen de halve paren samen weer 23 hele paren. Een vrucht bevat dus weer de totale hoeveelheid van 46 chromosomen.

Parthogenetische voortplanting
Bij parthogenetische voortplanting kunnen de dieren (doorgaans allemaal vrouwen) zich voortplanten zonder verdere bijkomst van een man. We spreken hierbij ook wel van klonen. Dit is overigens weer iets totaal anders dan dieren die zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen hebben, dezen bevruchten zichzelf, ofwel twee dieren bevruchten elkaar onderling (zoals bij slakken het geval is)
Wanneer een parthogenetische gekko (in dit geval Lepidodactylus lugubris) eieren legt, zal het vrouwtje al haar genen exact “klonen” zodat het nieuw ontstane diertje weer een precieze kloon is van het vorige vrouwtje. Op deze manier heb je dus binnen een aantal jaren een grote kolonie van alleen maar parthogenetische vrouwtjes, met allemaal de zelfde genetische eigenschappen.
Genetische variatie
Zoals je hierboven hebt kunnen lezen hebben in principe alle dieren binnen een kolonie de zelfde genetische eigenschappen. Echter, door allerlei invloeden en mutaties gebeurd het soms dat de genetische eigenschappen net iets veranderen. Dit kan bijvoorbeeld komen door straling, of doordat een celdeling niet precies zo verloopt zoals het zou moeten. Wanneer deze mutatie plaats vind in de geslachtscellen, kan het voorkomen dat (1 van de) jongen net iets andere eigenschappen heeft dan de rest. Op deze manier worden er onder anderen heel af en toe mannetjes geboren.
De meeste van de zeldzame mannen zien er vrijwel het zelfde uit als vrouwtjes en meestal zijn ze onvruchtbaar. In hele zeldzame gevallen gaat het om vruchtbare mannetjes. Dit kan een zeer aparte situatie geven, waneer een bevruchte man een parthogenetisch vrouwtje bevrucht.
Normaal is L. lugubris een diploïde dier. Dit wil zeggen dat alle genen in duplo voorkomen (twee keer) De mens bijvoorbeeld is ook diploïde.
Triploide dieren
Iets aparts gebeurd er wanneer de vruchtbare man een
parthogenetisch
vrouwtje bevrucht. In de zaadcellen van de man wordt de
helft
van het normale aantal chromosomen doorgegeven (zoals
dat bij
een normale kruising gaat) De vrouw geeft echter net als
altijd
het volledige aantal chromosomen door! ( 44 bij
Lepidodactylus
lugubris)
Hierdoor heeft een triploide dier niet alleen het
standaard chromosomen
paar, maar ook nog de helft die doorgegeven is via het
mannetje!

