Ervaringen met Lialis burtonis

Categorie: Hagedissen

Auteur: Tariq Stark

Een aantal jaar geleden heb ik een koppel Lialis burtonis verzorgd. Bijna zou men mij voor een slangenliefhebber houden maar niets is minder waar. Deze prachtige dieren zijn weldegelijk hagedissen, nauw verwant aan gekko’s.

Omschrijving

L.burtonis is een van de twee vertegenwoordigers van het genus Lialis. Dit genus bevat twee soorten, L. burtonis en L. jicari. Men zou denken dat deze slangachtig aandoende dieren ook daadwerkelijk tot de slangen gerekend wordt. Toch behoren ze wel degelijk tot de hagedissen. Het genus Lialis is in de familie Pygopodidae geplaatst die op zijn beurt weer in de infraorder Gekkota is geplaatst. Dit maakt deze dieren dus gekkoachtige,iets wat je op het eerste oog niet zou zeggen. De dieren hebben een langgerekt slangachtig lichaam (20- 40 cm ) met een vrij lange staart. Dit is een goed kenmerk om ze van slangen te onderscheiden. Slangen hebben een relatief korte staart. Pootloze hagedissen hebben doorgaans een relatief lange staart net zoals (wederom doorgaans) verwanten met goed ontwikkelde ledematen. Een nog beter kenmerk zijn de rudimentaire achterpoten. Deze zijn dermate gereduceerd dat het enkel huidflapjes met enkele botfragmenten zijn. Wanneer de dieren opgepakt worden zullen ze er wel heftig mee spartelen overigens. De voorpoten zijn in hun geheel gereduceerd. De kop van de dieren is erg spits. Zodoende kunnen ze er uitstekend hagedissen, de bulk van hun dieet, mee vangen.

De dieren zijn polymorph bij uitstek. Ze komen werkelijk in alle kleuren voor. Bruin grijs, rood,oranje achtig en allerlei combinaties hiervan. Er zijn zelf melanistische exemplaren aangetroffen. Veel tekening hebben ze niet,soms wat lengte strepen die over het lichaam tot over de kop doorlopen. Het verschil tussen de zelden aangeboden L. jicari en de L. burtonis is dat de jicari's een nog spitsere snuit hebben en een wat smallere kop. De vrouwen zijn groter en forser dan de mannen. De mannen zijn soms zelfs twee keer zo klein en doorgaans ook wat schichtiger.

Herkomst

Deze soort wordt aangetroffen in zowel Indonesie als Australie. Hun areaal in Australie bestrijkt West-Australie , Zuid-australie, New South Wales, North Territory, Queensland, Victoria). Hun Indonesische tegenhangers worden op de Aru eilanden en zuidelijk Irian Jaya gevonden. Er worden uiteraard enkel Indonesische dieren aangeboden daar de Australische beschermd zijn (exportverbod).

De dieren worden in diverse gebieden aangetrofeen. De voorkeur wordt gegeven aan droge, open bossen. Ze hebben een groot aanpassing vermogen en kunnen ook goed overleven in ander soortige klimaten.

Aanschaf

Een aantal jaar geleden had een vriend van mij, 2 koppels Lialis burtonis besteld. We besloten allebei een koppel te verzorgen. Ik had een mooie rode man uit gezocht en een bruin gele vrouw met donkere lengte strepen.

Huisvesting

Thuis kwamen ze in een bak van 80 x 40 x 60 cm. Deze mag zelfs kleiner daar het redelijk inactieve dieren zijn. De inrichting van de bak was simpel. Speelzand op de bodem,vermengd met wat turf. Enkele takken, nepplanten en kruk. Schuilplaatsen genoeg dus. Deze zijn ook erg belangrijk voor deze veelal nachtactieve dieren. Ook was er een waterbakje aanwezig. Deze werd alleen door de vrouw benut. De dieren drinken verder maar weinig. Aangezien deze dieren maar weinig gehouden worden, zelf in Australie zelf, is de inrichting en verzorging lastig. Veelal zal je simpelweg allerlei dingen moeten uit proberen, helaas.

De bak werd verwarmd met een vijfentwintig watt warmte kabel die de helft van het bodemoppervlak verwarmde. Ook hing er 1 veertig watt neodymium lamp in en 1 veertig watt reflectorspot. Dit alles zorgde voor een goed temperatuur gradient. Zo'n 25 watt aan de koele kant en 35-40 graden aan de warme kant van de bak. 's Nachts koelde de bak af tot 20 graden. Wel konden de dieren zich dan opwarmen aan de warmtekabel. Zonnen deden de dieren weinig. Alleen de vrouw deed dit af en toe,waarschijnlijk te wijten aan haar zwangerschap. Al met al deden de dieren het in deze setup het bij mij vrij goed.

Voedsel

Het grote probleem bij de verzorging van deze soort is het voedsel. Van nature zijn het hagedissen eters. Met name gekko’s en skinks staan op het menu. Insecten en jonge zoogdieren worden slechts sporadisch opgenomen. Ik had als hagedissen liefhebber daar wel wat moeite mee (nu niet meer). Gelukkig namen de dieren ook grote sprinkhanen en krekels aan. Alleen deden ze er erg lang over om deze te vangen waardoor al het vitaminepreparaat al van de sprinkhanen was verdwenen. Op de lange termijn zou dit dus geen goed voedingsbron worden.

Levende pinkies namen de dieren wel aan. Er moet bij gezegd worden dat enkel de vrouwen deze aten,waarschijnlijk waren ze te groot voor de kleine mannetjes. Om de pinkies aantrekkelijker te maken voor de dieren wreef ik ze langs (dode) hagedissen of gaven we een hagedissen geur aan ze met Lizard maker van T-rex. Dit werkte allemaal relatief goed. De mannetjes aten alleen krekels. De dieren eten overigens erg weing,zo eens in de 1-2 weken 1 tot 3 prooien. Met name Amerikaanse liefhebbers die toegang hebben tot grotere hoeveel heden Anolis carolinensis, Anolis sagrei en Takydromus sexlineatus zie ook de foto) die daar nog goedkoper zijn dan hier in Nederland houden de dieren daar lange tijd goed op. Australische liefhebbers voeren vooral Geyhra spp.

Drinken doen de dieren weinig,dit heb ik enkel mijn vrouw enkele malen zien doen. Door het water zat eens in de 1-2 weken een vitamine preparaat.

Gedrag

Deze dieren zijn uitgesproken rustig van aard en bewegen zich erg bedachtzaam. Alleen tijdens het fourageren worden ze wat actiever. Maar wat betreft zichtbare activiteit houdt het daar ook wel een beetje mee op. Over de andere aspecten van het gedragsrepetoir kan ik vrij weinig zeggen daar er erg weinig over bekend is (zowel in het wild als in gevangenschap). Agressief/defensief gedrag heb ik bij mijn dieren niet waargenomen maar het komt wel voor. Ze richten het lichaam bij bedreiging op en sperren de bek open zoals op de onderste foto ook duidelijk te zien is. De dieren zijn onderling verdraagzaam en vertonen geen kannibalistische neigingen naar kleinere soortgenoten, althans niet naar mijn ervaring.

Voortplanting

Na enkele maanden begon mijn vrouw dikker te worden. Na een poosje waren er duidelijk eieren in het lichaam te voelen. Een paring heb ik helaas nooit waargenomen. Bevruchting in het wild door het opslaan van sperma is niet uit te sluiten. Ze is, zover ik weet. niet zwanger aangekomen. Maar dit is natuurlijk niet uit te sluiten. Over de draagtijd is helaas weinig bekend. Aangezien er ook vrijwel niets bekend is over de verzorging in gevangenschap van deze soort moest ik zelf proberen wat de beste afzetplek voor haar eieren zou zijn. Ik had een bak met lichtvochtig zand en een bak met lichtvochtige turf in de bak geplaatst. Beide afzetplekken waren afgedekt met leisteen en kurk. In de natuur verstoppen de dieren zich met name in dode bomen etc. Ik dacht laat ik de afzet plekken maar ook zo maken.

Helaas heeft het vrouwtje nooit gebruik kunnen maken van deze afzet plekken. Ik was op een avond de dieren rustig aan het observeren toen het vrouwtje opeens vreemd begon te doen. Ze begon van het ene op het andere moment vreemd te schokken,net alsof ze een epileptische aanval kreeg. Deze aanval hield ongeveer een halve minuut aan. Toen ik haar oppakte blies ze net haar laatste adem uit. Ik heb geen sectie laten verrichten maar zelf denk ik dat het te maken had met haar zwangerschap. Legnood is,desondanks de meerdere afzetplekken, niet uit te sluiten.

Over de incubatie van de eieren en de opfok van de jongen kan ik enkel speculeren. De opfok zou wel een behoorlijke opgave zijn gezien de grote van de jongen. Maar met heel veel toewijding en vooral geduld moet dit te doen zijn. Iets voor de kwekers van de toekomst en wellicht dat ik in de toekomst ook weer een poging ga wagen.

Over hibernatie is ook helaas niet bekend. Ik heb de dieren wel 's winters mee laten draaien met de rest van mij reptielen. 8 uur licht per dag dus en iets minder warmte,met name 's nachts. De dieren hebben deze periode,die 8 weken aan hield, prima doorstaan. Of een koelere periode helpt om de voortplanting bij de dieren te induceren kan ik helaas niet zeggen.

Tot slot

Lialis burtonis is een hagedis die voor de ervaren hobbyist zeker een leuke uitdaging vormt. Zolang deze dieren aangeboden worden is meer informatie over de verzorging in gevangenschap gewenst. Gelukkig worden de dieren vooralsnog in Europa weinig aangeboden en zijn vaak behoorlijk prijzig. Zelf wil ik het in de toekomst zeker nog eens proberen met deze mooie, pootloze gekko's. Dit artikel zal in de toekomst uiteraard nog uitgebreid worden. Mijn dank gaat uit naar Rob D’heu die voor de foto’s bij dit artikel heeft gezorgd!

Tariq Stark

afbeelding